OPA HEKMAN (1877 – 1956)

Mijn opa heet Edsko Hekman. In mijn tak van de Hekman familie is Edsko een veelvoorkomende naam. Ik heb altijd gedacht dat Edsko een typische Hekman naam was maar niets is minder waar. Daarom eerst een stukje genealogie.

We gaan terug naar 1665, het geboortejaar van Wendeltjen (Wendelke) Jarckes Heckman. Wendelke is geboren als dochter van Jarcko Hindriks Heckman en Ettien Jarckes Thedinghe in Hoorn onder Wedde, Westerwolde. Van Wendelke hebben wij onze achternaam gekregen. Zij kreeg het recht van representatie en mocht, na haar huwelijk, haar familienaam en familiewapen blijven dragen en doorgeven aan al haar nakomelingen, zowel mannelijke als vrouwelijke. Daarom beschouw ik haar als mijn Stammoeder. Over Wendeltjen in een ander verhaal meer.
Wendeltjen trouwt op 13 december 1691 met Jan Alberts. Ze verhuist van Westerwolde naar het Oldambt en gaat wonen op de boerderij Amsingh Heerd te Scheemda.
Hun zoon Albert Jans blijft na het overlijden van zijn ouders op Amsingh Heerd wonen. Hij trouwt twee keer. Voor ons is zijn tweede huwelijk van belang, het huwelijk met Jantien Jans.
Jantien Jans is de dochter van Jan Egberts en Hille Edzkens. Hun zoon Edzko, geboren in 1732, ook wel geschreven als Edsko, is dus genoemd naar zijn overgrootvader van moederskant. En zo is de naam Edsko onze familie binnengekomen.
Het is niet Edsko Alberts Van wie wij afstammen, maar van zijn broer Egbert Alberts. Hij en zijn vrouw Aaltien Berents krijgen een zoon Jan Egberts die ook in het verhaal over D’Olle Held ter sprake is gekomen.
Jan Egberts gaat de achternaam Hekman weer dragen.
Jan Egberts en Antje Pieters Bonthond krijgen een zoon Edsko Jans Hekman, D’Olle Held, (1803-1890) en deze Edsko Jans krijgt o.a. een zoon Jan Hekman.


Jan Hekman is mijn overgrootvader. Hij is geboren op 15 december 1837 te Scheemda. Ook Jan trouwt twee keer. En ook nu gaat het om het tweede huwelijk, en wel het huwelijk met Hilke van Dijk.
Zij trouwen in 1870 en in 1877 wordt mijn opa Edsko Hekman geboren, op 29 maart, in Oostwold.

‘t Koudaip, Oostwold

Het gezin woont in Oostwold, mogelijk aan ” ‘t Koudaip”. Jan Hekman is namelijk schipper. Echter, in die tijd gaat het de schippers niet meer zo voor de wind. Door de aanleg van wegen op het land en de komst van de trein gaat het transport steeds meer over land in plaats van over water. Veel schippers komen dan ook aan de wal om daar werk te vinden als arbeider in de fabrieken of op boerderijen of als zelfstandig ondernemer. Ook de vader van opa komt aan land en wordt dagloner.

Als opa tien jaar is overlijdt zijn vader. Moeder Hilke verdient de kost als koopvrouw.

Nieuwsblad van het Noorden 3 oktober 1935

Opa wordt geen schipper. Hij wordt postbode, eerst in Midwolda en later, als er bezuinigd moet worden, in Oostwold. In die tijd werkten postbodes ook op zondag en dat wordt een probleem. Opa is lid van de gereformeerde kerk en die vindt het niet goed dat hij op zondag werkt en sluit hem daarom buiten van bijzondere gelegenheden zoals het avondmaal. Dit leidt tot een conflict met als gevolg dat opa uiteindelijk de kerk de rug toekeert.

Antje Heikens en Edsko Hekman

Opa Hekman trouwt ook twee keer. In 1901 trouwt hij met Antje Heikens. Antje is geboren op 1 september 1882 in Midwolda. Samen krijgen ze twee kinderen, mijn tante Hilke in 1902 en mijn oom Luitjen in 1904. Het huwelijk is echter niet van lange duur. Op 22 januari 1907 overlijdt Antje en blijft opa achter met twee jonge kinderen. Nog datzelfde jaar trouwt hij met mijn oma, op 7 december, op haar verjaardag. Oma heet Remkiena Jantiena Frouwiena Potgiesser. Ze is op 7 december 1883 in Midwolda geboren als dochter van Jantje Koster. Het is haar grootvader, Derk Koster, die aangifte van haar geboorte doet. Als oma elf jaar is trouwt haar moeder met Jan Potgiesser. Hij geeft oma zijn achternaam. Ik vind het nog steeds vreemd dat hij als vader op oma’s geboorteakte staat. Hij is immers haar adoptief vader, niet haar biologische vader voor zo ver wij weten. Maar goed, hoe het ook zij, oma en opa trouwen op oma’s 24ste verjaardag.

Remkiena Jantiena Frouwiena Potgiesser en Edsko Hekman

Oma en opa krijgen samen vijf kinderen: tante Tientje (1908) naar wie ik ben vernoemd, oom Jan (1910), oom Jaap (1913), mijn vader Hendrik Jelle (1916) en oom Koos (1922).

1914 – Op de achterste rij van links naar rechts: oma Remkiena, Hilke, overgrootmoeder Hilke van Dijk, Luitjen en opa Edsko. Op de voorste rij van links naar rechts: Jaap, Tientje en Jan
1923 – Van links naar rechts: Jan, Luitjen, opa Edsko, Koos, oma Remkiena, Jelle (mijn vader), Tientje en Jaap

Mijn vader had een hekel aan school. Na de lagere school wil hij dan ook niet verder leren. Hij wil in de auto’s, hij wil monteur worden. Maar dat vindt opa geen goed plan. Hij stelt zijn zoon voor de keuze: of je gaat naar school om verder te leren of je gaat in de leer bij de kapper hier op het dorp om van hem het vak te leren. En zo is mijn vader kapper geworden. Op 17 mei 1934, slechts 17 jaar jong, opent hij zijn eerste kapsalon aan de Hoofdstraat in Oostwold.

Eerste kapsalon Hoofdstraat Oostwold

Het grappige is dat hij, tijdelijk, ook postbode is geweest, als bijbaantje na de oorlog, waarschijnlijk om wat extra geld te verdienen. Ook zijn oudere broer Jan is in de Post gegaan en is later beheerder geworden van het postkantoor in Nieuwlande, Drenthe.

Iedereen noemde mijn vader Jelle behalve zijn moeder. Zijn moeder noemde hem Hendrik. Ik herinner me nog hoe ik samen met mijn vader bij oma op bezoek ging. Ze was toen al ziek en lag in bed. Ze herkende steeds minder mensen. Toen wij binnen kwamen zei ze “Hendrik”… en ik voelde een sterke intieme band tussen moeder en zoon. Mijn vader zei “en wie is dit? “…”Tineke” zei ze. Haar zoon Hendrik heeft ze tot aan het einde toe herkend.

terug naar opa. Opa Edsko Hekman heeft op verschillende adressen in Midwolda gewoond. Wij zijn nog aan het uitzoeken op welke precies. Daar bestaat wat onduidelijkheid over.
Een paar krantenartikelen wijzen ons echter de weg.

In een krantenbericht in de Winschoter courant van 27 mei 1924 wordt het volgende vermeld:
MIDWOLDA, 26 Mei. De heer E. Hekman, dien we hier 30 jaren als ‘n ijverig en welwillend ambtenaar leerden kennen, zal, ook al vanwege de bezuiniging, binnenkort naar Oostwold worden overgeplaatst. De heer H. Veldman gaat vandaar naar Groningen, terwijl de heer W. Meijer op pensioen gaat. Men denkt het hier met een besteller en ’n hulp te kunnen doen.

30 januari 1926, krantenbericht in de Winschoter courant van 2 februari 1926 betreffende de aankoop van een woning achter het hotel “De Witte Zwaan” in Oostwold door postbode Hekman uit Midwolda.
Dit huis is te zien op de foto van opa en oma bij het Witte Huisje.

Later zijn ze op Hoofdstraat nr. 8 komen wonen. Ik heb niet meer dan vage herinneringen aan mijn opa. Ik was vijf toen hij overleed en vanaf mijn vierde jaar was ik veel van huis omdat ik op het Blindeninstituut in Bussum naar school ging, 200 kilometer ver weg. Alleen met de vakanties was ik thuis. Het huisje waar ze woonden aan de Hoofdstraat herinner ik me goed. De kamer, vierkant en niet zo groot, de tafel in het midden en een kastje langs de muur. Daarachter een tussenkamer met aan de rechterkant de bedstee met een gordijn ervoor en achter de tussenkamer de keuken. Ik kan de sfeer van het huisje nog om me heen voelen.

Ik herinner me ook opa’s tabaksdoos. Die stond bij ons thuis op de schoorsteenmantel.
Het kastje van opa en oma staat nu bij mij in de kamer.

Volgens de verhalen is het deze opa geweest die mijn ouders ervan heeft weerhouden naar Amerika te emigreren. Een verhaal dat ik als kind altijd weer wilde horen en dat één van de redenen is geweest dat ik me nu intensief met familieonderzoek bezighoud.

Een paar anekdotes
In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 januari 1927 vinden we een leuk artikel.
MIDWOLDA, 17 Jan. De rijksveldwachter Lok van Scheemda werd heden met zijn politiehond door onze politie ontboden, omdat in den afgeloopen nacht een zwaar konijn was gestolen bij den postbode Hekman. Lok met zijn hond erop af, de hond werd lucht gegeven en fluks rende het dier op den dader af. Het konijn was reeds verkocht en werd te Winschoten opgespoord. De dader bekende.

En een anekdote, zoals aan mij verteld door een nicht Hekman:
“Het verhaal van Opa
Hij had altijd kippen en een haan.
Die hanen moesten van hem altijd mooi zijn, maar ook dat gedrag vertonen, dat Opa bedacht had, zoals bv eerst de kippen laten eten en daarna mocht de haan pas eten.
Deed hij dat niet, werd hij gedood en moest er een nieuwe haan komen.
Onderweg met zijn bestelronde, had hij er alweer een gezien en moesten de jongens met een jute zak die nieuwe haan halen.
De dorpsgenoten wisten van Opa’s gedrag en hadden een geintje uitgehaald en een haan geverfd.
Je snapt het al, opa had nog nooit zo’n mooie haan gezien.
Een zakje en halen die haan.
Ja, toen ging het regenen.
Die haan was snel dood.”

Mijn zus herinnert zich opa als een lieve man.

Edsko Hekman is op 21 november 1956 te Winschoten overleden. Zijn laatste woorden waren: “Moie. Goud om Moeke denk’n”
“Moeke” is op 7 mei 1964 te Winschoten overleden.
Beiden zijn begraven op de Algemene Begraafplaats te Oostwold.

Grafsteen Opa en Oma Hekman

Leave a comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.