Category Archives: The Homeland

GROOTMOEDER ANNECHIEN / GRANDMA ANNECHIEN

Read in English

We schrijven 12 juli 2017. Vandaag gaan neef Adam uit New York, zus Janneke en ik naar de provincie Groningen om enkele plaatsen te bezoeken waar onze voorouders hebben gewoond. Adam en Janneke hebben elkaar nog niet ontmoet en kunnen niet wachten om elkaar vandaag eindelijk te zien.

Er is meteen een klik net als twee dagen eerder bij Adam en mij gebeurde toen wij elkaar voor het eerst ontmoetten. Is dit zoiets als familiebanden? Geen idee en om eerlijk te zijn maakt het mij ook niet uit. Het is wat het is en het voelt goed.

De autorit naar het noorden zal ongeveer 2,5 tot 3 uur duren, kostbare tijd die we gebruiken om elkaar bij te praten over ons leven.

Onze eerste stop zal Scheemda zijn. Op de Eexter Begraafplaats liggen onze betover-grootouders begraven. Hun grafstenen zijn er nog.

Van oorsprong vormde Eexta een dubbeldorp met Scheemda. Door de jaren heen zijn de twee dorpen steeds meer naar elkaar toe gegroeid en zelfs met elkaar vergroeid geraakt. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat Eexta in 1964 haar onafhankelijkheid is kwijtgeraakt en een woonwijk van Scheemda is geworden.

Eexta is in de 12de eeuw gebouwd op het schiereiland Winschoten. Het dorpje was kwetsbaar vanwege het water rondom. Het was een en al veengebied dat, eenmaal ontgonnen, geschikt was voor mensen om er te gaan wonen. De mensen leefden van het verbouwen van rogge en veehouderij.

De eerste kerk van Eexta, een zogenaamde Kruiskerk, is in de 13e eeuw gebouwd in Romano-Gotische stijl. De kerk met losstaande toren stond in het centrum van het kerkhof.

De mensen waren destijds katholiek. Na de reductie van de stad Groningen, in 1594, werden de mensen Nederlands Hervormd. De reductie van de stad Groningen houdt in dat Groningen in 1594 werd bevrijd van de Spanjaarden. Nederland zat op dat moment nog middenin de 80-jarige oorlog met Spanje.

In het midden van de rechter foto stond vroeger de Kruiskerk.

De Kruiskerk is in 1870 afgebroken nadat het enorme schade had opgelopen ten gevolge van een zware storm. De grond was nog steeds in eigendom van de kerk en dus werd de vrijgekomen ruimte opgevuld met graven.

En daar zijn wij, Adam, Janneke en ik, op weg naartoe, om de graven van onze betovergrootouders Edsko Jans Hekman en Annechien Hendriks Naaijer te bezoeken. Het is een koude winderige dag. Als we naar de graven lopen ril ik aan een stuk door. Ik kan het niet stoppen.

Als wij bij de graven staan en ik mijn handen op beide grafstenen leg merk ik dat de grafsteen van grootmoeder Annechien lager is dan die van grootvader Edsko Jans. Dat vind ik schokkend. Zelfs in de dood wordt duidelijk gemaakt dat de vrouw ondergeschikt is aan de man.

Edsko Jans is van groot belang geweest voor de Eexter gemeenschap als ouderling in de tijd van de Afscheiding, de tijd waarin de Hervormde Kerk werd opgesplitst in Hervormd en Gereformeerd.

Hij is ook van belang geweest voor zijn land tijdens de mars tegen de Belgen in 1831, reden waarom hij D’Olle Held (De Oude Held) werd genoemd.

Maar, hoe zit het met u, Grootmoeder Annechien? Voor wie was u van belang?

U was 16 jaar toen u met Edsko jans trouwde. Hij was schipper en dus ging u met hem op zijn schip wonen. Dit betekende weinig leefruimte en als schippersvrouw, Schipperske, net zo hard werken als de schipper zelf.

U heeft het leven geschonken aan 13-15 kinderen. Vanwege het reizende bestaan weten we niet zeker hoeveel kinderen het zijn omdat ze in verschillende plaatsen zijn geboren en niet alle geboorteaktes zijn teruggevonden.

Stel je eens voor wat voor leven dat is geweest. Wonen in de beperkte ruimte van een schip, keihard werken als schippersvrouw en zoveel kinderen dragen en baren om ze vervolgens weer te verliezen aan de dood, velen reeds op jonge leeftijd, anderen op oudere leeftijd.

Een vrouw die achter haar man staat, hem volgt en steunt op zijn reis door het leven. Als een vrouw van de 20ste/21ste eeuw vraag ik me af: hoe zat het met uw eigen leven?

Was u bang toen hij tegen de Belgen ging vechten? U was pas 17 en droeg uw eerste kind, het kindje dat doodgeboren zou worden.

Was u bang tijdens de godsdienststrijd? De Afgescheidenen werden vervolgd, kregen boetes of werden zelfs gevangengenomen en veel bijeenkomsten werden bij u op het schip gehouden. Wat dacht u? Wat voelde u?

Kon het geloof u de steun en troost bieden die u nodig had? Of haalde u de kracht om alles te doorstaan en de moed te vinden om door te gaan (ook) ergens anders vandaan?

Aan het eind van uw leven waren er nog maar twee kinderen bij u. Twee andere kinderen die nog in leven waren woonden in Amerika. De anderen waren allemaal overleden, als ook uw man.

Die dag in de zomer van 2017 als ik bij haar graf sta doe ik haar een belofte.

De belofte om op zoek te gaan naar de verhalen van de vrouwen van mijn familie, om naast de verhalen over de mannen die gemakkelijker te vinden zijn vooral mijn aandacht te richten op de verhalen van mijn voormoeders.

Na de Eexter Begraafplaats bezoeken we wat overgebleven is van de boerderij Amsingh Heerd. Hier heeft eens de voormoeder gewoond die onze familie haar achternaam heeft gegeven, Wendeltjen Jarckes Heckman. Over haar en Amsingh Heerd meer in een ander verhaal.

Bronnen:

J.P. Koers

Foto’s:

Janneke Hekman

Adam Good

Online-begraafplaatsen.nl

Uitvaartwinschoten.nl

Findagrave.com

Streekhistorisch Centrum Stadskanaal

English version

GRANDMA ANNECHIEN

Its July 12th 2017. Today cousin Adam from New York, sister Janneke and I will visit some ancestral sites in the Groningen Province. Adam and Janneke haven’t met yet and they are excited to see each other today for the first time in their lives.

There is an immediate click like two days earlier when Adam and I met each other for the very first time. Is it family bond? I don’t know and to be honest I don’t mind. It’s simply what it is and it feels Good!

It will be a 2,5-3 hour drive up to the north, precious time we use to update each other about our lives.

This image has an empty alt attribute; its file name is image.png

Our first destination will be Scheemda. Many Hekmans are born there on board of a ship. We will visit the Eexter Cemetery where our 2nd Great grandparents are buried. Their gravestones are still there.

Originally Eexta and Scheemda were a Twin Village. Due to expansion they, through the years, grew more and more towards and into each other which finally resulted in Eexta losing its independency and becoming a residential area of Scheemda.

Eexta is built in the 12th century on the Peninsula of Winschoten. A small village in a vulnerable area due to all the water around. There was only peat and the area has been cultivated for people to live there. People lived from stock breeding and growing rye.

The first church built there was a solid Cross Church. It was built in the 13th century after Roman Catholic tradition. The church and separate tower stood in the center of the graveyard.

In those days people belonged to the catholic church. From 1594, after the reduction of Groningen Town, the Dutch Reformed church became the common religion.

The reduction of Groningen Town means that Groningen Town was liberated from spanish influence. In 1594 the Netherlands were still involved in the 80-year war against Spain.

This image has an empty alt attribute; its file name is image-1.png

The Cross Church used to be located in the middle of the right photo.

The Cross Church is demolished in 1870 after having been severely damaged by a heavy storm. The church still owned the ground and so the empty space is filled up with graves.

This image has an empty alt attribute; its file name is image-2.png

And that’s where we, Adam, Janneke and I are up to, to the graves of our 2nd Great grandparents Edsko Jans Hekman and Annechien Hindriks Naaijer.

It is a cold and windy day. When we walk towards the graves I’m shaking all over.

Standing at the graves who stand side by side and laying both my hands on them I notice that the gravestone of Grandma Annechien is lower than the one of Grandpa Edsko Jans. This is very shocking to me. Even in death it’s clear that a woman is subordinate to a man.

Edsko Jans has been of importance for the Eexta community as an elder in the time of the Secession, the time the Dutch Reformed Church split in two: the Dutch Reformed Church and the Christian Reformed Church.

He also has been of importance for his country marching against the Belgians in 1831. He was referred to as d’Olle Held’ = The Old Hero.

But, what about you, Grandma Annechien? For whom were you of importance?

You were 16 when you married Edsko Jans. He was a skipper, so you came to live with him on a boat having few space and working as hard as he did as the skippers wife, the Schipperske.

You gave birth to 13-15 children. We don’t know for sure because of your traveling existence and giving birth to children in different places. Not all birth certificates have been found back.

This image has an empty alt attribute; its file name is veenkanaal-bron-streekhistorisch-centrum-stadskanaal.jpg

What kind of life must this have been? Carrying so many children, giving birth to them, losing many at young age and more at older age, living on a boat, little space, hard work.

A woman standing by her husband, following him on his journey through life. As a woman of the 20th/21st century I wonder, what about Your life?

Were you afraid when he went marching against the Belgians? You were only 17 and carrying your first child, the child that would turn out to be a stillborn.

Were you afraid because of the “religious war” going on in those years? The Secessors were persecuted, got fines or were even imprisoned and many gatherings were held on board of your ship. What did you think? What did you feel? Did the religion, your belief, give you the strength and solace you needed? Or, was there something else (too) that gave you the strength to survive and find the courage to go on?

At the end of your life only two children were alive and with you. Two more were alive but had moved to the United States and all others had died before you, as well as your husband.

That day standing at her grave I make a promise. I promise to go and search for the stories of the women of my family.

Finding stories about the men is much easier. But my main focus will be on the stories of my foremothers.

This image has an empty alt attribute; its file name is voorzijde-gevel-amsingh-heerd.jpg

After the Eexter Cemetery we visit the remains of the farm Amsingh Heerd. This is the place where once lived the foremother who gave our family its last name, Wendeltjen Jarckes Heckman. About her and Amsingh Heerd more in another story.

Sources:

J.P. Koers

Photos:

Janneke Hekman

Adam Good

Online-begraafplaatsen.nl

Uitvaartwinschoten.nl

Findagrave.com

Streekhistorisch Centrum Stadskanaal

OPA HEKMAN (1877 – 1956)

Mijn opa heet Edsko Hekman. In mijn tak van de Hekman familie is Edsko een veelvoorkomende naam. Ik heb altijd gedacht dat Edsko een typische Hekman naam was maar niets is minder waar. Daarom eerst een stukje genealogie.

We gaan terug naar 1665, het geboortejaar van Wendeltjen (Wendelke) Jarckes Heckman. Wendelke is geboren als dochter van Jarcko Hindriks Heckman en Ettien Jarckes Thedinghe in Hoorn onder Wedde, Westerwolde. Van Wendelke hebben wij onze achternaam gekregen. Zij kreeg het recht van representatie en mocht, na haar huwelijk, haar familienaam en familiewapen blijven dragen en doorgeven aan al haar nakomelingen, zowel mannelijke als vrouwelijke. Daarom beschouw ik haar als mijn Stammoeder. Over Wendeltjen in een ander verhaal meer.
Wendeltjen trouwt op 13 december 1691 met Jan Alberts. Ze verhuist van Westerwolde naar het Oldambt en gaat wonen op de boerderij Amsingh Heerd te Scheemda.
Hun zoon Albert Jans blijft na het overlijden van zijn ouders op Amsingh Heerd wonen. Hij trouwt twee keer. Voor ons is zijn tweede huwelijk van belang, het huwelijk met Jantien Jans.
Jantien Jans is de dochter van Jan Egberts en Hille Edzkens. Hun zoon Edzko, geboren in 1732, ook wel geschreven als Edsko, is dus genoemd naar zijn overgrootvader van moederskant. En zo is de naam Edsko onze familie binnengekomen.
Het is niet Edsko Alberts Van wie wij afstammen, maar van zijn broer Egbert Alberts. Hij en zijn vrouw Aaltien Berents krijgen een zoon Jan Egberts die ook in het verhaal over D’Olle Held ter sprake is gekomen.
Jan Egberts gaat de achternaam Hekman weer dragen.
Jan Egberts en Antje Pieters Bonthond krijgen een zoon Edsko Jans Hekman, D’Olle Held, (1803-1890) en deze Edsko Jans krijgt o.a. een zoon Jan Hekman.


Jan Hekman is mijn overgrootvader. Hij is geboren op 15 december 1837 te Scheemda. Ook Jan trouwt twee keer. En ook nu gaat het om het tweede huwelijk, en wel het huwelijk met Hilke van Dijk.
Zij trouwen in 1870 en in 1877 wordt mijn opa Edsko Hekman geboren, op 29 maart, in Oostwold.

‘t Koudaip, Oostwold

Het gezin woont in Oostwold, mogelijk aan ” ‘t Koudaip”. Jan Hekman is namelijk schipper. Echter, in die tijd gaat het de schippers niet meer zo voor de wind. Door de aanleg van wegen op het land en de komst van de trein gaat het transport steeds meer over land in plaats van over water. Veel schippers komen dan ook aan de wal om daar werk te vinden als arbeider in de fabrieken of op boerderijen of als zelfstandig ondernemer. Ook de vader van opa komt aan land en wordt dagloner.

Als opa tien jaar is overlijdt zijn vader. Moeder Hilke verdient de kost als koopvrouw.

Nieuwsblad van het Noorden 3 oktober 1935

Opa wordt geen schipper. Hij wordt postbode, eerst in Midwolda en later, als er bezuinigd moet worden, in Oostwold. In die tijd werkten postbodes ook op zondag en dat wordt een probleem. Opa is lid van de gereformeerde kerk en die vindt het niet goed dat hij op zondag werkt en sluit hem daarom buiten van bijzondere gelegenheden zoals het avondmaal. Dit leidt tot een conflict met als gevolg dat opa uiteindelijk de kerk de rug toekeert.

Antje Heikens en Edsko Hekman

Opa Hekman trouwt ook twee keer. In 1901 trouwt hij met Antje Heikens. Antje is geboren op 1 september 1882 in Midwolda. Samen krijgen ze twee kinderen, mijn tante Hilke in 1902 en mijn oom Luitjen in 1904. Het huwelijk is echter niet van lange duur. Op 22 januari 1907 overlijdt Antje en blijft opa achter met twee jonge kinderen. Nog datzelfde jaar trouwt hij met mijn oma, op 7 december, op haar verjaardag. Oma heet Remkiena Jantiena Frouwiena Potgiesser. Ze is op 7 december 1883 in Midwolda geboren als dochter van Jantje Koster. Het is haar grootvader, Derk Koster, die aangifte van haar geboorte doet. Als oma elf jaar is trouwt haar moeder met Jan Potgiesser. Hij geeft oma zijn achternaam. Ik vind het nog steeds vreemd dat hij als vader op oma’s geboorteakte staat. Hij is immers haar adoptief vader, niet haar biologische vader voor zo ver wij weten. Maar goed, hoe het ook zij, oma en opa trouwen op oma’s 24ste verjaardag.

Remkiena Jantiena Frouwiena Potgiesser en Edsko Hekman

Oma en opa krijgen samen vijf kinderen: tante Tientje (1908) naar wie ik ben vernoemd, oom Jan (1910), oom Jaap (1913), mijn vader Hendrik Jelle (1916) en oom Koos (1922).

1914 – Op de achterste rij van links naar rechts: oma Remkiena, Hilke, overgrootmoeder Hilke van Dijk, Luitjen en opa Edsko. Op de voorste rij van links naar rechts: Jaap, Tientje en Jan
1923 – Van links naar rechts: Jan, Luitjen, opa Edsko, Koos, oma Remkiena, Jelle (mijn vader), Tientje en Jaap

Mijn vader had een hekel aan school. Na de lagere school wil hij dan ook niet verder leren. Hij wil in de auto’s, hij wil monteur worden. Maar dat vindt opa geen goed plan. Hij stelt zijn zoon voor de keuze: of je gaat naar school om verder te leren of je gaat in de leer bij de kapper hier op het dorp om van hem het vak te leren. En zo is mijn vader kapper geworden. Op 17 mei 1934, slechts 17 jaar jong, opent hij zijn eerste kapsalon aan de Hoofdstraat in Oostwold.

Eerste kapsalon Hoofdstraat Oostwold

Het grappige is dat hij, tijdelijk, ook postbode is geweest, als bijbaantje na de oorlog, waarschijnlijk om wat extra geld te verdienen. Ook zijn oudere broer Jan is in de Post gegaan en is later beheerder geworden van het postkantoor in Nieuwlande, Drenthe.

Iedereen noemde mijn vader Jelle behalve zijn moeder. Zijn moeder noemde hem Hendrik. Ik herinner me nog hoe ik samen met mijn vader bij oma op bezoek ging. Ze was toen al ziek en lag in bed. Ze herkende steeds minder mensen. Toen wij binnen kwamen zei ze “Hendrik”… en ik voelde een sterke intieme band tussen moeder en zoon. Mijn vader zei “en wie is dit? “…”Tineke” zei ze. Haar zoon Hendrik heeft ze tot aan het einde toe herkend.

terug naar opa. Opa Edsko Hekman heeft op verschillende adressen in Midwolda gewoond. Wij zijn nog aan het uitzoeken op welke precies. Daar bestaat wat onduidelijkheid over.
Een paar krantenartikelen wijzen ons echter de weg.

In een krantenbericht in de Winschoter courant van 27 mei 1924 wordt het volgende vermeld:
MIDWOLDA, 26 Mei. De heer E. Hekman, dien we hier 30 jaren als ‘n ijverig en welwillend ambtenaar leerden kennen, zal, ook al vanwege de bezuiniging, binnenkort naar Oostwold worden overgeplaatst. De heer H. Veldman gaat vandaar naar Groningen, terwijl de heer W. Meijer op pensioen gaat. Men denkt het hier met een besteller en ’n hulp te kunnen doen.

30 januari 1926, krantenbericht in de Winschoter courant van 2 februari 1926 betreffende de aankoop van een woning achter het hotel “De Witte Zwaan” in Oostwold door postbode Hekman uit Midwolda.
Dit huis is te zien op de foto van opa en oma bij het Witte Huisje.

Later zijn ze op Hoofdstraat nr. 8 komen wonen. Ik heb niet meer dan vage herinneringen aan mijn opa. Ik was vijf toen hij overleed en vanaf mijn vierde jaar was ik veel van huis omdat ik op het Blindeninstituut in Bussum naar school ging, 200 kilometer ver weg. Alleen met de vakanties was ik thuis. Het huisje waar ze woonden aan de Hoofdstraat herinner ik me goed. De kamer, vierkant en niet zo groot, de tafel in het midden en een kastje langs de muur. Daarachter een tussenkamer met aan de rechterkant de bedstee met een gordijn ervoor en achter de tussenkamer de keuken. Ik kan de sfeer van het huisje nog om me heen voelen.

Ik herinner me ook opa’s tabaksdoos. Die stond bij ons thuis op de schoorsteenmantel.
Het kastje van opa en oma staat nu bij mij in de kamer.

Volgens de verhalen is het deze opa geweest die mijn ouders ervan heeft weerhouden naar Amerika te emigreren. Een verhaal dat ik als kind altijd weer wilde horen en dat één van de redenen is geweest dat ik me nu intensief met familieonderzoek bezighoud.

Een paar anekdotes
In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 januari 1927 vinden we een leuk artikel.
MIDWOLDA, 17 Jan. De rijksveldwachter Lok van Scheemda werd heden met zijn politiehond door onze politie ontboden, omdat in den afgeloopen nacht een zwaar konijn was gestolen bij den postbode Hekman. Lok met zijn hond erop af, de hond werd lucht gegeven en fluks rende het dier op den dader af. Het konijn was reeds verkocht en werd te Winschoten opgespoord. De dader bekende.

En een anekdote, zoals aan mij verteld door een nicht Hekman:
“Het verhaal van Opa
Hij had altijd kippen en een haan.
Die hanen moesten van hem altijd mooi zijn, maar ook dat gedrag vertonen, dat Opa bedacht had, zoals bv eerst de kippen laten eten en daarna mocht de haan pas eten.
Deed hij dat niet, werd hij gedood en moest er een nieuwe haan komen.
Onderweg met zijn bestelronde, had hij er alweer een gezien en moesten de jongens met een jute zak die nieuwe haan halen.
De dorpsgenoten wisten van Opa’s gedrag en hadden een geintje uitgehaald en een haan geverfd.
Je snapt het al, opa had nog nooit zo’n mooie haan gezien.
Een zakje en halen die haan.
Ja, toen ging het regenen.
Die haan was snel dood.”

Mijn zus herinnert zich opa als een lieve man.

Edsko Hekman is op 21 november 1956 te Winschoten overleden. Zijn laatste woorden waren: “Moie. Goud om Moeke denk’n”
“Moeke” is op 7 mei 1964 te Winschoten overleden.
Beiden zijn begraven op de Algemene Begraafplaats te Oostwold.

Grafsteen Opa en Oma Hekman

SCHIPPERSKE

(To read in English, please scroll down)

Het is ongelooflijk hoe weinig ik van onze familiegeschiedenis wist. Ja, ik had een foto van ons familiewapen en een stamboom op papier, een lijst met namen en data, maar wat zegt dat nou helemaal. Nu, drie jaar nadat ik ben begonnen met familieonderzoek, is het niet te geloven hoeveel ik over mijn familiegeschiedenis heb ontdekt en kan ik me niet meer voorstellen dat ik dit slechts een paar jaar geleden nog niet wist.

Tijdens mijn contact met de schrijvers van het boek “He(c)kman in Noordoost Nederland” (Meindert van der Woude en Grietje Hekman) kwam ik erachter dat minstens zes generaties Hekman schippers zijn geweest.

Een van mijn geboortenamen is Edskiena. Edsko is in de familie Hekman een veel voorkomende naam, maar Edskiena komt voor zo ver ik weet slechts twee keer voor, t.w. in de geboortenaam van mijn tante en van mij. Toen Grietje Hekman mijn naam las in een van mijn emails aan haar kwam ze terug met: “Dag Schipperske, je naam vertelt me dat je voorouders schippers zijn geweest en dat je een echte Hekman bent.

Er zijn minstens zes generaties Hekman schippers geweest en de vrouw van een schipper werd schipperske genoemd. Schepen hebben vrouwelijke namen zoals de Marchiena van Pieter Hekman. Een schip zou Edskiena of Jantiena kunnen heten.” Grietje heeft me altijd Schipperske genoemd en dat heeft me om wat voor reden ook altijd veel gedaan.

 

Zoals gezegd, minstens zes generaties Hekman zijn schippers geweest. Zij leefden met hun grote gezinnen aan boord van hun schip. Hun leefruimte was klein, hun gezinnen groot. In een artikel over het leven van de Groninger Schipper in de 19e eeuw lezen we het volgende: “Het leven van een schipper en zijn gezin speelde zich af aan boord van zijn schip. Niet zelden verbleven ze met acht tot twaalf personen in het achteronder. “In een ruimte die op het land zelfs als woning van één mens zou worden afgekeurd, leeft daar een hele familie, slaapt er, kookt er, vertoeft er met slecht weer de hele dag, moet er alle huiselijke bezigheden verrichten…..”, aldus het verslag van een staatscommissie, naar aanleiding van veel binnengekomen klachten.
Op de vraag hoe dat mogelijk was, antwoordde de schipper: “Het ging gewoon .. hoe anders ?” Zelf vaak afkomstig uit een schippersfamilie, waren de schipper en zijn vrouw gewend aan de kleine ruimte. Veel persoonlijke spullen had men niet en de woonruimte was efficiënt ingedeeld. Hoe groter de schepen, hoe ruimer het achteronder. Het moest echter een grote tjalk zijn, waar het achteronder twee meter lang, drie meter breed en één meter tachtig hoog was.
Aan alle zijden van het scheepsachteronder waren langs de rondingen van het schip kastjes, zitbanken en bedsteden getimmerd. Achter onder het luik, de enige toegang tot de woonruimte, was een zogenaamde stapbank aangebracht die zowel tot zitplaats, tot bergplaats als tot opstap voor de uitgang door het luik dienst deed.
Een koekoek zorgde voor de lichtinval en ventilatie. Bij regenachtig weer moest het luik worden gesloten en liet de luchtverversing te wensen over. Licht kwam verder alleen binnen via twee kleine poortjes in de kont van het schip.
Men leefde aan dek, en alleen bij slecht weer, als men gedwongen was onderin te wonen, was het logies te klein. Zowel aan stuurboord als aan bakboord bevonden zich vrij ruime kastjes, kabinetjes genaamd. Midden tegen de wand met het ruim stond de kachel. Aan de ene zijde daarvan bevond zich de bedstede voor de schipper en zijn vrouw. Aan de andere zijde was de doorgang naar het ruim, waar ook de tweede slaapplaats, de kinderkooi, was te vinden. De kinderen sliepen soms met opgetrokken knieën en met meerdere bij elkaar.
Veel comfort was er niet aanwezig, maar de schipper klaagde daarover niet en noemde zijn achterondertje een zeer gezellig tehuis.”
Uit: Als de dag van gisteren: honderd jaar Groningers

bron-mok-werf-raalte  Foto: MOK-werf Raalte

De schippersvrouw, Schipperske, werkte net zo hard mee. Ze was moeder, deed het huishouden en het schipperswerk. En, als de familie niet genoeg geld had om een “Scheepsjager” te huren, een persoon die met behulp van een paard het schip door het water trok over de zogenaamde jagerspaden, dan werd de vrouw voor het schip gespannen en moest zij dit zware werk verrichten. De schippers plachten te zeggen: “Wel sien wief laif het hold heur veur d’ogen” ……… “Wie zijn vrouw lief heeft houdt haar voor zijn ogen”.

 

Veel Hekman schippers voeren op het Winschoterdiep van Groningen naar Delfzijl en terug. Ze vervoerden graan en turf en later ook hout. De eerste schipper die wij tegenkomen in onze familie is Jan Egberts Hekman (1768-1824). Hij verruilde het leven op het boerenland voor het leven op het water. Door de vele waterwegen in (Noord) Nederland en de industrie die zich rond de waterwegen had ontwikkeld was de vraag naar transport van goederen en personen groot.

In de tweede helft van de 19e eeuw werd het werk van de schippers bedreigd door de komst van de trein en het uitgebreide wegennetwerk op het land. Veel Hekmannen komen dan ook aan wal om daar als arbeider of koopman te gaan werken.

Mijn overgrootvader Jan Hekman (1837-1887) is nog schipper geweest, mijn opa Edsko Hekman (1877-1956) niet meer.

Ik hoop vurig dat mijn voormoeders nooit als Scheepsjagers zijn gebruikt.

Hoofdfoto: J.P. Koers

ENGLISH VERSION
Schipperske

It’s incredible how little I knew about our family history. Yes, I had a picture of our family crest and a pedigree on paper, a list of names and dates, but what does that say. Now, three years after I started researching family history and genealogy, it is unbelievable how much I’ve discovered and now I can hardly imagine that I didn’t know this just a few years ago.

During my contact with the authors of the book “He(c)kman in Noordosst Nederland” (Meindert van der Woude and Grietje Hekman) I discovered that at least six Hekman generations have been skippers.
One of my names of birth is Edskiena. Edsko is a common name in the Hekman family. As far as I know, Edskiena only occurs twice, in the name of birth of my aunt and me. When Grietje Hekman read my name in one of my Emails, she came back with: “Hi Schipperske, your name tells me that your ancestors were skippers and that you are a real Hekman.
There have been at least six generations of Hekman skippers and a skipper’s wife was called schipperske. Ships have female names such as the Marchiena of Pieter Hekman. A ship could have been named Edskiena or Jantiena.” Grietje always called me Schipperske which for whatever reason deeply touched me.

As said, at least six Hekman generations have been skippers. They lived aboard their ships with their large families. Their living space was small, their families large. In an article about the life of the Groninger Schipper in the 19th century we read:

“The life of a skipper and his family played out on board of his ship. Often from eight to twelve people lived in the rear hold of the ship. “In a space which on land, even as a dwelling for one person, would be condemned, there lived a whole family. There they slept, cooked, and during bad weather stayed for whole days, to perform all domestic duties.” This according to a report of a Government Commission investigating the complaints about the situation.
If you asked the skipper about this, he would answer, “that’s our life…what else? Often descendants of a skippersfamily, the skipper and his wife, had become used to the cramped quarters. They had few personal possessions, and the living space was efficiently organized. How larger the ship, how more space in the rear hold. If it were a large tjalk the rear hold might be 2m in length, 3m in width and 1.8m in height.
On each side of the ship’s rear hold were cupboards, benches and bunks built against the sloping sides. Below the trap door, the only entrance to the living space, there was a so-called step-bench, used as a seat as well as storage for the steps to the exit.
A sky-light provided light as well as ventilation. During rainy weather the trap door was kept closed and ventilation left much to be desired. The only other light came via two small port holes in the rear of the ship.
The deck was the living area and only by inclement weather was the family forced to live below and was the living area too small. Both on the port and starboard side were rather roomy cupboards (cabinets). A wall separated the front hold (the cargo hold) from the rear living quarters. Centered on the separating wall was the stove. On one side of the stove was the sleeping bench for the skipper and wife. On the other side was the entrance to the front hold. In the front hold was also a ‘sleeping cage’ for children. Sometimes the many children had to sleep together with their knees pulled up.
There was little comfort, but the skipper did not complain and called his small rear hold a very cozy home.”

The skipper’s wife, Schipperske, cooperated just as hard. She was a mother, was housekeeper and did the mastership, and if the family didn’t have enough money for a “Scheepsjager”, a person who with help of a horse would pull the ship along the water over the so-called “Jagerspaden”, then the woman was strained for the ship and she had to do this heavy work. The skippers used to say: “Wel sien wief laif het hold heur veur d”ogen” = “He who loves his wife keeps her before his eyes”.


Many Hekman skippers sailed from Groningen to Delfzijl and back on the Winschoterdiep. They transported grain and peat and later also wood.
The first skipper we find in our family is Jan Egberts Hekman (1768-1824). He exchanged his life as a farmer for a life as a skipper. Due to the many waterways in (north)Netherlands and the industry that developed along the waterside there was much demand for transportation of goods and people.
In the second half of the 19th century though the work of the skippers was threatened by the arrival of the train and the more extended network of roads on the land. Many Hekmen came ashore to work as a laborer or merchant.
My great-grandfather Jan Hekman (1837-1887) has been a skipper, my grandfather Edsko Hekman (1877-1956) never was.
I hope from the bottom of my heart that my foremothers never have been used as a “Scheepsjager”.

Photo: J.P. Koers, Midwolda, Groningen

JAPIEN HEKMAN 1878-1955

Japien Hekman – Bron: Gorecht – demensenvandestrokarton.nl

Read in English

Vandaag, 5 oktober 2019, is het 115 jaar geleden dat Japien Hekman met Marten Reukema trouwde. Hoe kon ik dat weten toen ik vandaag, 21 jaar geleden, met Yany Visser trouwde.

Japien Hekman is de dochter van Boelechien Bos en Pieter Hekman. Ze is geboren op 30 april 1878 in Oostwold, Gemeente Midwolda, Groningen. Oostwold, het dorp dat ook mijn geboorteplaats is. Japiens ouders waren schippers en zo kon het gebeuren dat haar broer en zussen in andere plaatsen werden geboren, haar broer en een zus in Scheemda, de jongste zus in Groningen.

Toen er aan het einde van de 19e eeuw steeds meer transport van goederen en personen over land ging in verband met de aanleg van een uitgebreider wegennetwerk op het land en in verband met de komst van de trein, werd het minder rendabel om schipper te zijn. Daarom verhuisde de familie Hekman naar Ulrum, een dorp in het noorden van de provincie Groningen, waar vader Pieter ging werken in strokartonfabriek Ceres.

Japien was modiste, een hoedenmaakster.

Japien trouwde in 1904 met Marten Reukema. Hoewel Marten in Ulrum is geboren woonde hij ten tijde van hun huwelijk in Hoorn, Noord-Holland. Marten werkte daar tijdelijk om het vak van bloemist / bloemenkweker te leren. Na verloop van tijd keerde hij met zijn gezin terug naar Ulrum waar zijn vader Koenraad Reukema een bloemenkwekerij en kassen had. Het eerste kind van Japien en Marten is in Hoorn geboren. De andere zes kinderen zijn in Ulrum geboren waarvan de jongste slechts een jaar oud is geworden.

Japiens ouders, haar broer en zussen zijn allemaal in het begin van de 20ste eeuw naar Amerika vertrokken en in 1948 emigreerde haar dochter Boelechiena Reukema Bosveld met man en kinderen, naar Canada. Kort daarna vertrok ook haar dochter Anna Elsiena naar Canada. Japien bleef achter in Nederland. Zij is nooit de grote oceaan overgestoken en heeft haar familieleden dus nooit meer teruggezien.

Op 4 april 1955 is Japien in Ulrum overleden, één jaar na haar man Marten.

Vandaag, de verjaardag van de trouwdag van ons allebei, zijn mijn gedachten bij haar wier verhaal mij toch een beetje melancholiek heeft gestemd.

Ik hef het glas op haar, op haar leven, en het mijne.

Op de foto de familie Hekman.

Foto: Martin Bosveld

ENGLISH VERSION

Today, October 5, 2019, it is 115 years ago that Japien Hekman married Marten Reukema. How could I know when I married Yany Visser this day 21 years ago.

Japien Hekman is the daughter of Boelechien Bos and Pieter Hekman. She is born april 30, 1878, in Oostwold, Midwolda, Groningen, also my place of birth.

Japiens parents were skippers and that is why her siblings were born in other places. Her brother and one sister were born in Scheemda, her youngest sister in Groningen.

At the end of the 19th century goods and people more and more were transported over land due to a more expanded network of roads on the land and the introduction of the train. For skippers it wasn’t viable anymore to stay on the water and so the Hekman family moved to Ulrum, a village in the north of the Groningen Province, where father Pieter started working at the Strokarton factory Ceres. Japiens profession was making hats.

In 1904 Japien married Marten Reukema. Marten Reukema is born in Ulrum but at the time of their marriage he lived in Hoorn, Noord-Holland. He was there to learn about how to grow flowers. After a while he returned with his family to Ulrum where his father Koenraad Reukema had a flower nursery and greenhouses.

Japien and Martens first child was born in Hoorn. The other six children were born in Ulrum. The youngest would live for only one year.

In the beginning of the 20th century Japiens parents and siblings all emigrated to the United States of America.

In 1948 her daughter Boelechiena Reukema Bosveld also left the Netherlands and emigrated with her husband and children to Canada.

Soon after also her daughter Anna Elsiena left for Canada. Japien stayed behind in the Netherlands. She never crossed the Big Pond to visit them. She never saw her family again.

April 4, 1955, Japien died in Ulrum, one year after her husband Marten.

Today, on the anniversary of both our weddings I reach out to her whose story made me feel a bit melo.

I raise a glass on her, on her life, and on mine.

Header: The Hekman family

Photo courtesy: Martin Bosveld